ECLI:NL:CRVB:2008:BG9722
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering na zorgvuldig medisch en arbeidskundig onderzoek
Appellant, werkzaam als beveiligingsbeambte, viel in 2001 uit wegens psychische en nek- en rugklachten. Het UWV trok op 24 november 2004 de WAO-uitkering met ingang van 19 januari 2005 in, omdat een arbeidsdeskundige een verlies aan verdiencapaciteit van slechts 0,4% vaststelde op basis van de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) en het Claimbeoordelings- en Borgingssysteem (CBBS).
Appellant voerde aan dat hij vanwege zijn klachten niet in staat was de geduide functies te verrichten en betwistte de zorgvuldigheid van het medische onderzoek, onder meer omdat geen informatie was opgevraagd bij behandelend specialisten. Hij overlegde medische documenten en verzocht om benoeming van een deskundige.
De rechtbank oordeelde dat het medische onderzoek zorgvuldig was en dat de belastbaarheid terecht was vastgesteld op minder dan 15%. De Raad onderschreef dit oordeel, stelde vast dat de bezwaararbeidsdeskundige voldoende inzichtelijk, verifieerbaar en toetsbaar had aangetoond dat de functies passend waren, en zag geen aanleiding een deskundige te benoemen.
De Raad bevestigde daarmee de aangevallen uitspraak en verklaarde het beroep van appellant ongegrond. De intrekking van de WAO-uitkering blijft gehandhaafd op grond van de vastgestelde belastbaarheid en de geschiktheid van de functies.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering per 19 januari 2005 wordt bevestigd wegens voldoende onderbouwde belastbaarheid en passende functies.