ECLI:NL:CRVB:2008:BG9801
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering ondanks psychische en lichamelijke klachten
Appellant ontving sinds 2002 een WAO-uitkering met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 80 tot 100%. Na medisch en arbeidskundig onderzoek werd de uitkering per 3 april 2006 herzien naar 15 tot 25% arbeidsongeschiktheid. Appellant voerde aan dat zijn psychische en lichamelijke beperkingen onvoldoende waren erkend, onder meer vanwege PTSS en spataderen.
De rechtbank had het bezwaar ongegrond verklaard, maar het beroep gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd, terwijl de rechtsgevolgen in stand bleven. In hoger beroep betoogde appellant dat zijn beperkingen onvoldoende waren meegewogen en dat een deskundige niet was gehoord.
De Raad overwoog dat appellant geen verzoek had gedaan om een deskundige ter zitting te laten horen en dat hij de mogelijkheid had om dit zelf te doen. De Raad vond het medisch onderzoek zorgvuldig en concludeerde dat de beperkingen adequaat waren beoordeeld, inclusief psychische klachten en lichamelijke beperkingen. De arbeidskundige onderbouwing was voldoende en de geselecteerde functies overschreden de belastbaarheid niet.
De Raad bevestigde daarom de aangevallen uitspraak voor zover deze aangevochten was en zag geen reden voor het aanstellen van een onafhankelijke deskundige. De rechtsgevolgen van het bestreden besluit bleven gehandhaafd.
Uitkomst: De herziening van de WAO-uitkering naar 15-25% arbeidsongeschiktheid wordt bevestigd.