ECLI:NL:CRVB:2008:BG9825
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beëindiging Ziektewetuitkering wegens geschiktheid voor arbeid
Appellante was ziekgemeld voor haar functie als telefoniste/officemanager vanwege lichamelijke klachten. Na medisch onderzoek en arbeidskundig onderzoek werd zij geschikt bevonden voor haar functie voor 19 uur per week. Het UWV beëindigde daarop haar Ziektewetuitkering per 8 mei 2006. Appellante maakte bezwaar en ging in beroep tegen deze beslissing, stellende dat zij psychisch en lichamelijk arbeidsongeschikt was.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en concludeerde dat er geen aanwijzingen waren die een andere beoordeling rechtvaardigden. In hoger beroep stelde appellante dat zij psychische klachten had, maar de Raad oordeelde dat deze klachten pas na de datum in geschil waren ontstaan. Tevens werd het verzoek om uitstel van behandeling van de zaak vanwege ziekte van de gemachtigde afgewezen omdat dit niet voldoende gemotiveerd was.
De Raad concludeerde dat het UWV zorgvuldig onderzoek had verricht, waarbij medische informatie van diverse specialisten was betrokken en de arbeidsbelasting in de functie was onderzocht. Er waren onvoldoende aanknopingspunten om te veronderstellen dat appellante op de datum in geschil ongeschikt was voor haar arbeid. De aangevallen uitspraak werd bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van de Ziektewetuitkering omdat appellant geschikt is bevonden voor haar functie.