ECLI:NL:CRVB:2009:BG9094
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.P.M. van de Kerkhof
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens voldoende medische en arbeidskundige grondslag
Appellante ging in hoger beroep tegen de intrekking van haar WAO-uitkering door het UWV, waarbij zij stelde dat haar medische beperkingen ernstig waren en dat de voor haar geselecteerde functies niet passend waren. De rechtbank had eerder geoordeeld dat het UWV de medische beperkingen en arbeidskundige mogelijkheden juist had vastgesteld en het verzoek om schadevergoeding had afgewezen.
De Raad overwoog dat de medische situatie van appellante ten tijde van het besluit niet zodanig ernstig was als door haar gesteld. De verzekeringsarts en bezwaarverzekeringsarts concludeerden dat er geen ernstige psychische stoornis was die volledige arbeidsongeschiktheid rechtvaardigde. De Raad vond dat de verslechtering van haar toestand pas na de datum in geding was opgetreden.
Wat betreft de arbeidskundige grondslag oordeelde de Raad dat het UWV terecht het opleidingsniveau op niveau 2 had vastgesteld en dat de voorgehouden functies passend waren. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak van de rechtbank, inclusief de afwijzing van het schadevergoedingsverzoek, werd bevestigd.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering wordt bevestigd en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.