ECLI:NL:CRVB:2009:BG9147

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
7 januari 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
07-3730 ZW
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • M.S.E. Wulffraat-van Dijk
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:19 AwbArt. 8:73 AwbArt. 8:75 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep niet-ontvankelijk na volledige tegemoetkoming door UWV

Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Rotterdam inzake een besluit van het UWV. Tijdens de procedure heeft het UWV een nieuw besluit genomen waarin het volledig tegemoet is gekomen aan de bezwaren van appellant. Hierdoor is het belang van appellant bij een beoordeling van het oorspronkelijke besluit komen te vervallen.

De Raad heeft op grond van artikel 6:19, eerste lid, Awb het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard omdat appellant geen belang meer had bij de behandeling van het beroep. Tevens heeft de Raad het UWV veroordeeld tot betaling van de proceskosten die appellant redelijkerwijs heeft moeten maken in verband met de behandeling van het beroep en hoger beroep.

De proceskosten zijn begroot op in totaal € 966,-, waarvan € 322,- aan de griffier van de Raad. Daarnaast is bepaald dat het UWV het betaalde griffierecht van € 143,- aan appellant vergoedt. Partijen zijn niet verschenen bij de zitting van 26 november 2008.

Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard en het UWV is veroordeeld tot betaling van proceskosten.

Uitspraak

07/3730 ZW
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
op het hoger beroep van:
[appellant] (hierna: appellant),
tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 11 juni 2007, 07/18 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen
appellant
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).
Datum uitspraak: 7 januari 2009
I. PROCESVERLOOP
Namens appellant heeft mr. A.T. Tilburg, advocaat te Spijkenisse, hoger beroep ingesteld.
Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.
Bij faxbericht van 24 november 2008 heeft het Uwv de Raad meegedeeld dat het standpunt van het Uwv is gewijzigd en dat een nieuwe beslissing op bezwaar is afgegeven. Een afschrift van deze beslissing van eveneens 24 november 2008 is meegezonden.
In reactie hierop heeft mr. Tilburg voornoemd, bij faxbericht van 25 november 2008, meegedeeld dat met de gewijzigde beslissing volledig tegemoet is gekomen aan de bezwaren van appellant en daarbij de Raad verzocht het Uwv in de proceskosten te veroordelen.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 26 november 2008. Partijen zijn, met voorafgaande kennisgeving, niet verschenen.
II. OVERWEGINGEN
Blijkens het faxbericht van 25 november 2008 van de gemachtigde van appellant is met de gewijzigde beslissing van het Uwv van 24 november 2008 volledig tegemoet gekomen aan de bezwaren van appellant. De Raad heeft daarom het hoger beroep van appellant onder toepassing van artikel 6:19, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) niet mede gericht geacht tegen de nieuwe beslissing op bezwaar van 24 november 2008.
Uit de vaste jurisprudentie van de Raad (zie de uitspraak van 4 februari 1997, LJN ZB6628) volgt dat in een geval waarin volledig tegemoet wordt gekomen aan het beroep tegen een besluit, belang bij een beoordeling van dat besluit in beginsel is komen te vervallen, tenzij van zo’n belang blijkt, bijvoorbeeld omdat verzocht is om toekenning van schadevergoeding op grond van artikel 8:73 van Pro de Awb. Van een dergelijk verzoek is de Raad in onderhavig geval niet gebleken.
Nu het Uwv volledig tegemoet is gekomen aan de bezwaren van appellant heeft deze, gelet op het voorgaande, geen belang meer bij een beoordeling in hoger beroep. De Raad verklaart daarom het hoger beroep niet-ontvankelijk.
De Raad ziet aanleiding om het Uwv op grond van artikel 8:75 van Pro de Awb te veroordelen in de proceskosten die appellant in verband met de behandeling van het beroep en het hoger beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. De proceskosten worden, ingevolge het Besluit proceskosten bestuursrecht begroot op € 644,- voor verleende rechtbijstand in beroep en € 322,- voor verleende rechtbijstand in hoger beroep, in totaal € 966,-
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
Recht doende:
Verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk;
Veroordeelt de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen in de proceskosten in beroep en hoger beroep tot een bedrag groot € 966,-, te betalen door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, waarvan € 322,- aan de griffier van de Raad;
Bepaalt dat het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen aan appellant het betaalde griffierecht van € 143,- vergoedt.
Deze uitspraak is gedaan door M.S.E. Wulffraat-van Dijk. De beslissing is, in tegenwoordigheid van J. Verrips als griffier, uitgesproken in het openbaar op 7 januari 2009.
(get.) M.S.E. Wulffraat-van Dijk.
(get.) J. Verrips.
MH