ECLI:NL:CRVB:2009:BG9147
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk na volledige tegemoetkoming door UWV
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Rotterdam inzake een besluit van het UWV. Tijdens de procedure heeft het UWV een nieuw besluit genomen waarin het volledig tegemoet is gekomen aan de bezwaren van appellant. Hierdoor is het belang van appellant bij een beoordeling van het oorspronkelijke besluit komen te vervallen.
De Raad heeft op grond van artikel 6:19, eerste lid, Awb het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard omdat appellant geen belang meer had bij de behandeling van het beroep. Tevens heeft de Raad het UWV veroordeeld tot betaling van de proceskosten die appellant redelijkerwijs heeft moeten maken in verband met de behandeling van het beroep en hoger beroep.
De proceskosten zijn begroot op in totaal € 966,-, waarvan € 322,- aan de griffier van de Raad. Daarnaast is bepaald dat het UWV het betaalde griffierecht van € 143,- aan appellant vergoedt. Partijen zijn niet verschenen bij de zitting van 26 november 2008.
Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard en het UWV is veroordeeld tot betaling van proceskosten.