ECLI:NL:CRVB:2009:BG9149
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.P.M. van de Kerkhof
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens voldoende medische onderbouwing beperkingen
Appellante maakte bezwaar tegen de intrekking van haar WAO-uitkering door het UWV, die haar belastbaarheid had vastgesteld op minder dan 15% arbeidsongeschiktheid per 29 december 2005. Het UWV baseerde dit op medische rapportages waarin zij beperkt werd geacht voor zwaar rugbelastend werk en frequent bukken, maar geschikt voor passende arbeid.
De rechtbank Arnhem oordeelde dat de medische beperkingen juist waren vastgesteld en dat het UWV in beroep een toereikende toelichting had gegeven op de passendheid van de aangeboden functies. De rechtbank vernietigde het bestreden besluit maar liet de rechtsgevolgen daarvan in stand.
Appellante voerde in hoger beroep aan dat haar beperkingen zwaarder waren dan vastgesteld en dat de toelichting onvoldoende was. De Centrale Raad van Beroep oordeelde echter dat het UWV voldoende had aangetoond dat de functies passend waren bij haar belastbaarheid en dat appellante onvoldoende medische stukken had overgelegd om het oordeel te weerleggen.
De Raad bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en liet de intrekking van de WAO-uitkering in stand. Er waren geen gronden voor toepassing van artikel 8:75 Awb Pro. De uitspraak werd gedaan door C.P.M. van de Kerkhof op 7 januari 2009.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking van de WAO-uitkering wegens een deugdelijke medische grondslag.