ECLI:NL:CRVB:2009:BG9160
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering ziekengeld wegens geschiktheid voor geselecteerde functies
Appellant meldde zich in november 2002 ziek vanwege algemene malaise en werd na de wachttijd gedeeltelijk arbeidsongeschikt verklaard met een uitkering op grond van de WAO. In 2006 meldde hij zich opnieuw ziek met diverse klachten. Een onderzoek door arts M. Schoon concludeerde dat er geen toename van beperkingen was en dat appellant geschikt was voor de eerder geselecteerde functies. Het UWV weigerde daarop ziekengeld.
Appellant maakte bezwaar, maar de bezwaarverzekeringsarts bevestigde de eerdere medische beoordeling. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond omdat geen nieuwe medische gegevens waren aangeleverd die een ander oordeel rechtvaardigden. De Centrale Raad van Beroep overwoog dat de medische onderzoeken zorgvuldig waren uitgevoerd en dat appellant niet aannemelijk had gemaakt dat zijn belastbaarheid was afgenomen.
De Raad benadrukte dat het recht op ziekengeld afhankelijk is van ongeschiktheid voor de gangbare arbeid, zoals vastgesteld in de WAO-beoordeling. Omdat appellant volgens de medische experts geschikt bleef voor ten minste één van de geselecteerde functies, was de weigering van ziekengeld terecht. De uitspraak van de rechtbank werd bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van ziekengeld omdat appellant geschikt is voor de geselecteerde functies.