ECLI:NL:CRVB:2009:BG9581
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging WAO-uitkering bevestigd ondanks betwisting medische beoordeling
Appellant stelde in hoger beroep dat de bezwaarverzekeringsarts zijn beperkingen had onderschat en dat het medisch onderzoek onzorgvuldig was. Hij stelde dat hij leed aan het Chronisch Vermoeidheidssyndroom en carnitine deficiëntie met diverse lichamelijke en cognitieve klachten, waardoor hij niet fulltime kon werken.
De Raad overwoog dat de medische informatie in het dossier geen aanleiding gaf tot twijfel aan de beoordeling van de bezwaarverzekeringsarts. De aanvullende medische stukken van appellant, waaronder een brief van E.B.S. Premdani en een rapport van psychiater A.R. Hertroijs, boden onvoldoende objectieve medische onderbouwing om de eerdere beoordeling te betwisten.
De Raad concludeerde dat appellant niet beperkt is in zijn functionele mogelijkheden en geschikt is voor zijn eigen werk als fiscaal medewerker/belastingconsulent voor 40 uur per week. De aangevallen uitspraak, waarin het besluit tot beëindiging van de WAO-uitkering werd bevestigd, werd gehandhaafd.
Uitkomst: De beëindiging van de WAO-uitkering van appellant wordt bevestigd wegens ontbreken van twijfel aan de medische beoordeling.