ECLI:NL:CRVB:2009:BG9586
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheidstermijn
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen het besluit van het Uwv om hem geen WAO-uitkering toe te kennen, omdat hij niet 52 weken arbeidsongeschikt zou zijn geweest. Hij betwist de hersteldverklaring van 15 oktober 2003 en stelt dat hij sinds zijn ziekmelding op 23 mei 2003 onafgebroken arbeidsongeschikt is geweest.
Het Uwv verwees naar een eerdere uitspraak van de Raad van 31 mei 2006 waarin de hersteldverklaring per 15 oktober 2003 in rechte is vastgesteld. Er is geen bewijs van toename van beperkingen na die datum. De Raad sluit zich aan bij de rechtbank en oordeelt dat het Uwv terecht heeft besloten dat appellant niet voldoet aan de 52 weken arbeidsongeschiktheid volgens de WAO.
De Raad bevestigt de eerdere uitspraak en wijst de gronden van appellant af. Er worden geen proceskosten aan appellant toegekend. De uitspraak is gedaan door rechter G. van der Wiel op 9 januari 2009.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WAO-uitkering omdat appellant niet 52 weken arbeidsongeschikt is geweest.