ECLI:NL:CRVB:2009:BG9695
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering onverschuldigd betaalde WAZ-uitkering door UWV
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen het besluit van het UWV tot terugvordering van onverschuldigd betaalde WAZ-uitkeringen over de periode van 17 september 2003 tot 1 januari 2005. Het UWV had de uitkering na beëindiging op eigen verzoek van appellant onterecht doorbetaald, ondanks tijdige melding van werkhervatting.
De rechtbank had het beroep ongegrond verklaard en de Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak. De Raad overweegt dat het UWV wettelijk verplicht is om te veel betaalde uitkeringen terug te vorderen, ook als het UWV zelf administratieve fouten heeft gemaakt. Alleen bij een dringende reden, waarbij terugvordering onaanvaardbare gevolgen zou hebben, mag het UWV hiervan afzien.
In deze zaak is geen sprake van een dringende reden. Het feit dat het UWV fouten heeft gemaakt, is hooguit de oorzaak van de terugvordering, maar niet het gevolg dat onaanvaardbare gevolgen oplevert. Daarom faalt het hoger beroep en blijft de terugvordering gehandhaafd.
De Raad ziet ook geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter R.C. Stam en uitgesproken op 9 januari 2009.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de terugvordering van de onverschuldigd betaalde WAZ-uitkering wordt bevestigd.