ECLI:NL:CRVB:2009:BG9698
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering ondanks medische beperkingen
Appellant is het niet eens met het besluit van het UWV tot intrekking van zijn WAO-uitkering per 3 februari 2006, omdat hij door buikklachten zijn werk als darmbewerker niet meer kan verrichten. De rechtbank Breda vernietigde het bestreden besluit wegens onvoldoende arbeidskundige motivering, maar liet de rechtsgevolgen in stand. De Centrale Raad van Beroep bevestigt deze beslissing en oordeelt dat het UWV terecht heeft vastgesteld dat appellant met gangbare arbeid ten minste 85% van zijn geïndexeerde loon kan verdienen.
De Raad gaat uit van de door de rechtbank vastgestelde feiten die niet door partijen zijn betwist. Het hoger beroep richt zich tegen het in stand laten van de rechtsgevolgen, met het argument dat de medische beperkingen van appellant door het UWV zijn onderschat. De Raad deelt deze visie niet en acht de door het UWV voorgehouden functies geschikt voor appellant.
De Centrale Raad van Beroep ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling en bevestigt de uitspraak van de rechtbank voor zover aangevochten.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering wordt bevestigd omdat appellant met gangbare arbeid ten minste 85% van zijn loon kan verdienen ondanks medische beperkingen.