ECLI:NL:CRVB:2009:BG9708
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering na zorgvuldig medisch onderzoek
Appellant maakte bezwaar tegen de intrekking van zijn WAO-uitkering door het UWV, omdat hij van mening was dat zijn lichamelijke en psychische klachten onvoldoende waren erkend en dat hij niet in staat was de voorgestelde functies te vervullen.
De Raad overwoog dat het medisch onderzoek door de verzekeringsartsen, waaronder een bezwaarverzekeringarts, zorgvuldig was uitgevoerd. Hierbij werd rekening gehouden met recente medische informatie van de huisarts en een neuroloog. De functionele mogelijkhedenlijst (FML) gaf een juist en volledig beeld van de gezondheidstoestand en arbeidsmogelijkheden van appellant.
De Raad vond geen aanleiding om te twijfelen aan de juiste inschatting van de belastbaarheid, mede omdat geen neurologische oorzaak voor de pijnklachten was vastgesteld en geen objectieve medische stukken een psychiatrische depressie aantoonden.
Het UWV had de beëindiging van de uitkering gebaseerd op een theoretische schatting van drie functiegroepen, waarvan de geschiktheid voor appellant voldoende was aangetoond. De Raad bevestigde daarom de eerdere uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering wordt bevestigd na zorgvuldig medisch onderzoek en juiste vaststelling van belastbaarheid.