ECLI:NL:CRVB:2009:BG9814
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- A.T. de Kwaasteniet
- M. Greebe
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAZ-uitkering ondanks gedeeltelijke arbeid verricht
Appellant, een zelfstandige en directeur-grootaandeelhouder van een groothandel, kreeg een WAZ-uitkering toegekend vanwege whiplashklachten na een verkeersongeval. Na diverse herbeoordelingen en procedures heeft het UWV de uitkering herzien op basis van een arbeidsongeschiktheidspercentage van 25 tot 35%.
De rechtbank vernietigde een eerder besluit vanwege onvoldoende onderbouwing van de arbeidskundige beoordeling en onjuiste toepassing van bepalingen in het Schattingsbesluit. In hoger beroep richtte appellant zich uitsluitend op de medische grondslag van de arbeidsongeschiktheid.
De Raad stelde vast dat appellant feitelijk arbeid verrichtte en dat de mate van arbeidsongeschiktheid op basis van de daarmee verworven inkomsten juist was berekend. De medische bezwaren bleken niet relevant omdat appellant niet ongeschikt was voor de feitelijk verrichte arbeid.
Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard en het bestreden besluit bevestigd. Het beroep tegen het latere besluit tot herziening van de uitkering werd eveneens afgewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot herziening van de WAZ-uitkering bevestigd.