ECLI:NL:CRVB:2009:BG9923
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. Bolt
- C.P.M. van de Kerkhof
- H. Bedee
- Rechtspraak.nl
Vernietiging intrekking WAO-uitkering wegens procedurele onregelmatigheid en zorgvuldige medische beoordeling
De zaak betreft het hoger beroep van zowel het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) als betrokkene tegen een uitspraak van de rechtbank Arnhem die het besluit tot intrekking van een WAO-uitkering vernietigde. Het bestreden besluit hield in dat de WAO-uitkering werd ingetrokken wegens afgenomen arbeidsongeschiktheid.
De rechtbank had het beroep van betrokkene gegrond verklaard, maar onderschreef de medische grondslag van het besluit. De arbeidskundige beoordeling was onvoldoende gemotiveerd, met name over de geschiktheid van de functie van huishoudelijk medewerker. Beide partijen gingen in hoger beroep.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat de rechtbank onrechtmatig heeft gehandeld door zonder geldige toestemming een zitting achterwege te laten na toevoeging van nieuwe gedingstukken, in strijd met artikel 8:57 Awb Pro. Daarom wordt de uitspraak van de rechtbank vernietigd. De medische beoordeling is echter zorgvuldig tot stand gekomen en de beperkingen van betrokkene juist vastgesteld. De Raad acht de functie van huishoudelijk medewerker passend.
Hoewel het bestreden besluit wordt vernietigd wegens strijd met de Awb, blijven de rechtsgevolgen van dat besluit in stand. De Raad veroordeelt het UWV tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan betrokkene.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot intrekking van de WAO-uitkering wordt vernietigd wegens procedurele onregelmatigheid, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.