ECLI:NL:CRVB:2009:BH0136
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.J.H. Doornewaard
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens juiste vaststelling belastbaarheid
Appellante maakte bezwaar tegen het besluit van het UWV om haar WAO-uitkering, toegekend met een arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%, per 18 oktober 2005 in te trekken. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, stellende dat de vastgestelde belastbaarheid juist was en dat de voorgehouden functies als passend en algemeen geaccepteerd konden worden beschouwd.
In hoger beroep voerde appellante aan dat in de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) onvoldoende rekening was gehouden met haar lichamelijke en fysieke beperkingen, waardoor zij de voorgehouden functies niet kon vervullen. De Raad overwoog echter dat de medische beperkingen zorgvuldig en juist waren vastgesteld, mede op basis van rapportages van verzekeringsartsen die geen ernstige lichamelijke pathologie vaststelden en concludeerden dat appellante in staat was tot licht fysiek en niet te stressvol werk.
Appellante overhandigde recente medische informatie, maar de bezwaarverzekeringsarts concludeerde dat deze na de datum in geding was opgesteld en geen nieuwe diagnoses bevatte. De Raad volgde dit oordeel en vond geen aanleiding tot twijfel aan de belastbaarheid. Het hoger beroep faalde, waardoor de aangevallen uitspraak werd bevestigd en de intrekking van de WAO-uitkering gehandhaafd.
Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken. De uitspraak werd gedaan door de Centrale Raad van Beroep op 16 januari 2009.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering wordt bevestigd omdat de belastbaarheid juist is vastgesteld en appellante de voorgehouden functies kan vervullen.