ECLI:NL:CRVB:2009:BH0159
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering ondanks betwisting medische beperkingen
Appellante, die sinds 1999 wegens klachten aan het bewegingsapparaat en spanningsklachten haar functie niet meer kon uitoefenen, ontving een WAO-uitkering. Het UWV herzag deze uitkering in 2006 naar een lagere mate van arbeidsongeschiktheid. Appellante maakte bezwaar, waarna zij werd ingedeeld in een iets hogere klasse, maar de rechtbank verklaarde het beroep tegen deze indeling ongegrond.
In hoger beroep betwist appellante dat haar klachten voldoende zijn meegewogen en overlegt medische verklaringen van fysiotherapeuten, huisarts en een arts. De Raad stelt echter vast dat geen van deze medische gegevens objectief afwijkingen aantonen die de beperkingen kunnen verklaren. De eigen mening van appellante over haar gezondheidstoestand weegt niet zwaar.
De Raad concludeert dat de beschikbare medische en arbeidskundige gegevens voldoende zijn om te oordelen dat appellante in staat is de voorgestelde functies te vervullen en ten minste 29,3% van haar maatmaninkomen te verdienen. Daarom bevestigt de Raad het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank. Er worden geen proceskosten opgelegd.
Uitkomst: De herziening van de WAO-uitkering wordt bevestigd omdat appellante onvoldoende objectief medisch bewijs heeft geleverd voor zwaardere beperkingen.