ECLI:NL:CRVB:2009:BH0166
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering na succesvolle behandeling keelcarcinoom
Appellant, voormalig medewerker glastuinbouw, ontving sinds 2002 een WAO-uitkering wegens arbeidsongeschiktheid van 80-100%. Na succesvolle behandeling van een keelcarcinoom en stabilisatie van zijn medische situatie besloot het UWV de uitkering per 2 juli 2006 in te trekken, omdat appellant lichte arbeid kon verrichten. De rechtbank vernietigde dit besluit wegens onvoldoende motivering van de geschiktheid van de voorgestelde functies, maar handhaafde de rechtsgevolgen.
In hoger beroep voerde appellant aan dat zijn klachten, zoals nek- en schouderpijn, slikproblemen en vermoeidheid, reguliere arbeid onmogelijk maken. Hij verzocht om een onafhankelijk KNO-deskundigenonderzoek. Het UWV stelde dat de beperkingen voldoende waren meegenomen en dat appellant lichte arbeid kon verrichten zonder nacht- of avondwerk.
De Raad overwoog dat appellant intensief behandeld is en dat zijn situatie medisch gestabiliseerd is. De verzekeringsarts en bezwaarverzekeringsarts bevestigden dat appellant lichte arbeid kan verrichten binnen de beperkingen. De Raad vond geen aanleiding voor nader medisch onderzoek en oordeelde dat de voorgestelde functies passend zijn. De aangevallen uitspraak wordt bevestigd en er is geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering wordt bevestigd omdat appellant lichte arbeid kan verrichten ondanks beperkingen.