ECLI:NL:CRVB:2009:BH0377
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering na zorgvuldig verzekeringsgeneeskundig onderzoek
Appellant, die sinds 1992 vanwege rugklachten een WAO-uitkering ontving, kreeg deze in 2006 ingetrokken door het UWV. Na bezwaar wijzigde het UWV het besluit en stelde de uitkering vast op een arbeidsongeschiktheidspercentage van 25 tot 35 procent. De rechtbank verklaarde het beroep tegen het eerste besluit niet-ontvankelijk en het beroep tegen het gewijzigde besluit ongegrond. In hoger beroep bevestigt de Centrale Raad van Beroep deze uitspraak.
De Raad oordeelt dat het verzekeringsgeneeskundige onderzoek dat aan het besluit ten grondslag ligt, zorgvuldig en volledig is uitgevoerd. Er is geen bewijs dat appellant de resterende functies niet kan vervullen. De Raad onderschrijft de rechtbank dat appellant niet altijd 80 tot 100 procent arbeidsongeschikt is geweest, maar dat eerdere hoge percentages mede te wijten waren aan het ontbreken van passende functies bij eerdere beoordelingen.
De Raad wijst het beroep van appellant af en bevestigt het besluit van het UWV. Er worden geen proceskosten aan appellant toegekend. De uitspraak is gedaan door rechter G. van der Wiel en griffier M.D.F. de Moor op 9 januari 2009.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het besluit tot herziening van de WAO-uitkering naar 25-35% arbeidsongeschiktheid.