ECLI:NL:CRVB:2009:BH0543
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens vervallen knieklachten en passende functies
Appellant, voormalig machinaal houtbewerker, ontving sinds 1998 een WAO-uitkering wegens knieklachten. Het UWV trok deze uitkering per 9 april 2006 in na een herbeoordeling waarbij de beperkingen door knieklachten werden laten vervallen. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen deze intrekking ongegrond.
Appellant stelde zich op het standpunt dat de beperkingen ten onrechte waren vervallen en dat hij niet geschikt was voor de voorgestelde functies. De Raad overwoog dat de bezwaarverzekeringsarts de medische situatie voldoende had gemotiveerd en dat de knieklachten niet meer aan de orde waren. Daarnaast achtte de Raad de drie functies die appellant kon vervullen passend, mede op basis van arbeidsdeskundige rapportages.
De Raad verwierp het verweer dat appellant niet over de benodigde opleiding en ervaring beschikte voor de functie van wikkelaar/samensteller. De Raad bevestigde het oordeel van de rechtbank dat het UWV de WAO-uitkering terecht en op goede gronden had ingetrokken. Een proceskostenveroordeling werd niet toegewezen.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering per 9 april 2006 wordt bevestigd wegens vervallen knieklachten en passende functies.