ECLI:NL:CRVB:2009:BH0930
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit weigering WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidskundige grondslag
Appellante verzocht om een WAO-uitkering, welke door het UWV werd geweigerd omdat haar arbeidsongeschiktheid minder dan 15% zou bedragen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. In hoger beroep betoogde appellante dat haar beperkingen onderschat waren en dat functies met opleidingsniveau 2 niet passend waren bij haar opleidingsniveau 1.
De Raad oordeelde dat het verzekeringsgeneeskundig onderzoek zorgvuldig was en geen aanleiding gaf tot twijfel over de vastgestelde beperkingen. Het verzoek om een deskundige werd afgewezen omdat de medische gegevens voldoende waren beoordeeld, inclusief psychische aspecten. Wel werd vastgesteld dat het arbeidskundige deel onvoldoende was omdat de functies waarop het besluit was gebaseerd een hoger opleidingsniveau vereisten dan dat van appellante.
Hierdoor ontbrak een voldoende arbeidskundige grondslag voor het besluit. De Raad vernietigde de aangevallen uitspraak en het bestreden besluit, verklaarde het beroep gegrond en beval het UWV een nieuw besluit te nemen. Tevens werd het UWV veroordeeld in de proceskosten en werd het griffierecht aan appellante vergoed.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot weigering van de WAO-uitkering wordt vernietigd en het UWV wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen.