ECLI:NL:CRVB:2009:BH0934
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering na zorgvuldig verzekeringsgeneeskundig onderzoek
Appellante maakte bezwaar tegen de intrekking van haar WAO-uitkering, die was gebaseerd op een mate van arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%. De rechtbank vernietigde het bestreden besluit vanwege gebrekkige motivering omtrent de geschiktheid van functies, maar handhaafde de rechtsgevolgen.
In hoger beroep stelde appellante dat haar rug-, schouder- en beenklachten, vermoeidheid en psychische klachten onvoldoende waren meegewogen, en dat zij onvoldoende Nederlandse taalvaardigheid had om de geduide functies te vervullen.
De Raad oordeelde dat het verzekeringsgeneeskundig onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd, waarbij ook informatie van huisarts en behandelaars was betrokken. De bezwaren over de beperkingen en depressiviteit werden niet aannemelijk geacht relevant te zijn op het moment van beoordeling. Ook was er geen reden om te twijfelen aan de geschiktheid van de functies of de taalvaardigheid van appellante.
Daarmee bevestigde de Raad de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking van de WAO-uitkering na een zorgvuldig onderzoek.