ECLI:NL:CRVB:2009:BH0946
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- R. Kooper
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep tegen oplegging nachtopvangverplichting WWB
Betrokkene, een bijstandsgerechtigde volgens de Wet werk en bijstand (WWB), werd door het College van burgemeester en wethouders van Eindhoven verplicht gesteld gebruik te maken van nachtopvang. Dit besluit was gebaseerd op artikel 55 WWB Pro en had tot doel betrokkene te ondersteunen naar een stabiele woon- en leefsituatie.
De rechtbank 's-Hertogenbosch verklaarde het beroep van betrokkene gegrond en vernietigde het besluit, stellende dat de opgelegde verplichting buiten het kader van artikel 55 WWB Pro viel. Het College ging hiertegen in hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep.
Tijdens de behandeling van het hoger beroep bleek dat betrokkene inmiddels over eigen huisvesting beschikt en op dat adres staat ingeschreven. Hierdoor was het opgelegde besluit feitelijk niet meer van toepassing en ontbrak het concrete procesbelang voor het hoger beroep. De Raad oordeelde dat het hoger beroep daarom niet-ontvankelijk is, omdat het niet bedoeld is voor louter theoretische rechtsvragen zonder belang voor het geschil.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd omdat er geen kosten waren die voor vergoeding in aanmerking kwamen. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 5 januari 2009.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van procesbelang.