ECLI:NL:CRVB:2009:BH1003
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering ondanks betwisting medische beperkingen en medicijngebruik
Appellant ontvangt sinds 1995 een WAO-uitkering vanwege rugklachten met een arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%. Het UWV trok deze uitkering per 11 december 2005 in, omdat appellant volgens hen minder dan 15% arbeidsongeschikt is. De rechtbank vernietigde het besluit van het UWV, maar liet de rechtsgevolgen van het besluit in stand.
In hoger beroep betwist appellant dat zijn medische beperkingen juist zijn beoordeeld en stelt dat onvoldoende rekening is gehouden met de gevolgen van zijn medicijngebruik, met name Tranxene. De Raad onderschrijft echter de medische en arbeidskundige beoordeling van het UWV en constateert dat het medicijngebruik bekend was bij de verzekeringsartsen, zonder dat dit aanleiding gaf tot aanvullende beperkingen.
De Raad concludeert dat de rechtbank terecht de rechtsgevolgen van het besluit in stand heeft gelaten en bevestigt de aangevallen uitspraak. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering wordt bevestigd ondanks betwisting van medische beperkingen en medicijngebruik.