ECLI:NL:CRVB:2009:BH1027
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.C.M. van Laar
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering ziekengeld wegens geschiktheid voor arbeid na medisch onderzoek
Appellant, werkzaam als tuinbouwmedewerker, meldde zich ziek wegens rugpijn met uitstraling naar het been. Na medische onderzoeken door een Ziektewetarts en overleg met een neuroloog, concludeerde het UWV dat appellant vanaf 30 maart 2006 niet meer ongeschikt was voor zijn arbeid en stopte het ziekengeld.
Appellant maakte bezwaar en voerde aan dat het medisch onderzoek onzorgvuldig was, onder meer omdat er geen inlichtingen waren ingewonnen bij zijn huisarts. De bezwaarverzekeringsarts had echter met appellant besproken dat van aanvullende informatie van de huisarts geen nieuwe inzichten te verwachten waren, mede omdat recent neurologisch onderzoek geen aanleiding gaf tot aanvullend onderzoek.
De Raad overwoog dat de medische beoordeling zorgvuldig was en dat de bezwaarverzekeringsarts gemotiveerd had gereageerd op de door appellant overgelegde medische gegevens. Er was geen grond voor twijfel aan de juistheid van het besluit. De Raad bevestigde daarom het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank.
De beslissing werd genomen zonder toepassing van artikel 8:75 Awb Pro en zonder het raadplegen van een onafhankelijke medisch deskundige. De uitspraak werd gedaan door M.C.M. van Laar op 21 januari 2009.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van ziekengeld omdat appellant geschikt werd geacht voor zijn arbeid.