ECLI:NL:CRVB:2009:BH1226
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Riphagen
- T. Hoogenboom
- H. Bedee
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van de afwijzing van beroep tegen WAJONG-uitkeringsbesluit ondanks betwisting nabetaling en vakantie-uitkering
Appellante heeft beroep ingesteld tegen besluiten van het UWV omtrent haar WAJONG-uitkering, waarbij zij stelde dat de nabetaling onjuist was berekend door dubbele brutering en dat haar vakantie-uitkering niet was betaald. De rechtbank had het beroep deels onbevoegd verklaard, deels niet-ontvankelijk en verder ongegrond, en bepaalde dat het UWV het griffierecht moest vergoeden.
In hoger beroep herhaalde appellante haar standpunten, maar leverde geen aanvullende onderbouwing voor haar stellingen over de vakantie-uitkering en de brutering. De Raad stelde vast dat bij de vaststelling van de uitkering rekening was gehouden met de vakantie-uitkering en dat appellante haar bezwaren onvoldoende had onderbouwd.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat er geen aanleiding was om af te wijken van het oordeel van de rechtbank en bevestigde de aangevallen uitspraak. Er werden geen proceskosten aan appellante opgelegd. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer op 7 januari 2009.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellante wordt afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd.