ECLI:NL:CRVB:2009:BH1231
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Riphagen
- T. Hoogenboom
- H. Bedee
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid na zorgvuldig medisch onderzoek
Appellante maakte bezwaar tegen het besluit van het UWV om haar WAO-uitkering, die was gebaseerd op een arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%, met ingang van 24 mei 2005 in te trekken wegens een arbeidsongeschiktheid van minder dan 15%.
Zowel de rechtbank als de Centrale Raad van Beroep oordeelden dat het medisch onderzoek van het UWV zorgvuldig en volledig was uitgevoerd. De medische gegevens van de huisarts, neuroloog en psychiater van appellante waren betrokken en gaven geen aanleiding om de beperkingen van appellante anders te beoordelen dan de verzekeringsartsen hadden gedaan.
Appellante verzocht om benoeming van een medische deskundige, maar de Raad vond dit niet nodig omdat de ingediende medische stukken geen nieuwe relevante informatie bevatten. De Raad concludeerde dat er geen reden was om te twijfelen aan de geschiktheid van appellante voor de geduide functies.
De aangevallen uitspraak van de rechtbank Haarlem werd dan ook bevestigd en er was geen aanleiding om toepassing te geven aan artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 7 januari 2009.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking van de WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid na zorgvuldig medisch onderzoek.