ECLI:NL:CRVB:2009:BH1265
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging intrekking WAO-uitkering wegens onvoldoende medisch en arbeidskundig onderzoek
Appellante kreeg haar WAO-uitkering ingetrokken per 12 januari 2006 omdat haar arbeidsongeschiktheid toen minder dan 15% zou zijn. Het Uwv stelde later de arbeidsongeschiktheid vast op 15 tot 25%. Appellante voerde aan dat haar pijn- en psychische klachten onvoldoende waren meegewogen en dat zij niet in staat was de aangeduide functies te verrichten.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat het medisch en arbeidskundig onderzoek zorgvuldig was. De Centrale Raad van Beroep oordeelt echter dat de bezwaarverzekeringsartsen ten onrechte geen informatie hebben ingewonnen bij de behandelend internist, terwijl SCCH een progressieve aandoening is die pijnklachten bij belasting veroorzaakt.
Daarnaast is de arbeidskundige onderbouwing onvoldoende omdat slechts twee functies geschikt zijn, waarvan één niet passend is vanwege structurele nachtarbeid en overschrijding van de belastbaarheid tijdens het hoogseizoen. De Raad vernietigt het besluit van 14 november 2005 en het bestreden besluit en veroordeelt het Uwv in de proceskosten.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking van de WAO-uitkering wordt vernietigd wegens onvoldoende medisch en arbeidskundig onderzoek.