ECLI:NL:CRVB:2009:BH1589
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging WAO-uitkering bevestigd ondanks bezwaren tegen Functionele Mogelijkhedenlijst
Appellante stelde hoger beroep in tegen de beslissing van het UWV om haar WAO-uitkering per 6 november 2005 te beëindigen. De rechtbank had dit besluit eerder bevestigd en verklaarde het beroep van appellante ongegrond.
In het hoger beroep verwees appellante naar haar eerdere beroepsgronden, met name twijfels over de vastgestelde Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) die haar beperkingen beschrijft. De Raad stelde vast dat er onvoldoende grond was om aan de FML te twijfelen.
De door de rechtbank benoemde deskundige, zenuwarts-psychiater W. Eland, motiveerde overtuigend dat naast de beperkingen in de FML geen medische noodzaak bestond voor een beperking van de maximale arbeidsduur. Hoewel appellante in de praktijk haar eigen werk in aangepaste vorm slechts 32 uur per week kan volhouden, betreft dit werk niet de functies die als geschikt voor haar zijn aangemerkt.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank Breda en wees het beroep van appellante af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van de WAO-uitkering van appellante.