ECLI:NL:CRVB:2009:BH1608
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.C. van Sloten
- J.F. Bandringa
- H.C.P. Venema
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijstandsaanvraag wegens onvoldoende aannemelijkheid schuld na verkoop snackbar
Appellant kocht in oktober 2004 een snackbar voor €25.000 en verkocht deze in maart 2006 voor €20.000. Direct na verkoop vroeg hij bijstand aan. Het College van B&W wees de aanvraag af omdat appellant beschikte over vermogen boven de WWB-vermogensgrens. Appellant stelde dat hij een lening van €25.000 van zijn broer had gebruikt voor de aankoop en dat hij nog een schuld van €5.000 had, waardoor hij recht op bijstand zou hebben.
De Raad beoordeelde dat vermogen wordt vastgesteld als bezittingen minus schulden waarvan het bestaan en de terugbetalingsverplichting aannemelijk zijn. Hoewel er een leningsovereenkomst was, ontbrak bewijs van daadwerkelijke overdracht van het geld en terugbetaling. Alle transacties waren contant zonder kwitanties, wat het bewijs bemoeilijkte.
De Raad concludeerde dat appellant de schuld onvoldoende aannemelijk had gemaakt en liet daarom de vraag naar terugbetalingsverplichting onbeantwoord. Het hoger beroep werd verworpen en de eerdere uitspraak van de rechtbank, die het bezwaar ongegrond verklaarde, werd bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De bijstandsaanvraag wordt afgewezen omdat appellant onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij een schuld heeft die het vermogen verlaagt onder de vermogensgrens.