ECLI:NL:CRVB:2009:BH1611
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid bezwaarschrift wegens niet tijdig indienen
Appellante maakte bezwaar tegen een besluit van het College van burgemeester en wethouders van Utrecht waarin haar uitkering op grond van de Wet werk en bijstand werd ingetrokken en terugvordering van bijstand werd opgelegd. Het bezwaarschrift werd echter na de wettelijke termijn van zes weken ingediend.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat de dochter van appellante als gemachtigde optrad, maar geen verschoonbare reden voor de termijnoverschrijding had aangevoerd. In hoger beroep voerde de gemachtigde aan dat zij overspannen was geweest, waardoor administratieve werkzaamheden bleven liggen, maar kon dit niet onderbouwen met medische stukken.
De Raad overwoog dat het handelen van de gemachtigde aan appellante moet worden toegerekend en dat geen verschoonbare termijnoverschrijding was vastgesteld. Het hoger beroep werd verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd. Ook werd geen aanleiding gezien om toepassing te geven aan artikel 8:75 Awb Pro.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaarschrift bevestigd wegens niet tijdig indienen.