ECLI:NL:CRVB:2009:BH1637
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Herroeping intrekking WAO-uitkering wegens onjuiste medische grondslag
Appellant ontvangt sinds 1997 een WAO-uitkering wegens nek-, schouder- en vermoeidheidsklachten. Het UWV trok de uitkering in 2004 in, omdat appellant volgens hun beoordeling minder dan 15% arbeidsongeschikt zou zijn. De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze intrekking ongegrond.
In hoger beroep betwist appellant met name het vervallen van de urenbeperking van 4 uur per dag, gebaseerd op medische rapporten die zijn beperkingen bevestigen. De Raad benoemde deskundigen die bevestigden dat een urenbeperking van 4 uur per dag passend is en dat er geen psychiatrische stoornis is vastgesteld.
De Raad oordeelt dat het UWV-besluit gebaseerd is op een onjuiste medische grondslag en vernietigt het bestreden besluit. De WAO-uitkering blijft ongewijzigd doorlopen met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 55-65%. Tevens veroordeelt de Raad het UWV tot vergoeding van de proceskosten van appellant.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking van de WAO-uitkering wordt herroepen en de uitkering loopt ongewijzigd door met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 55-65%.