ECLI:NL:CRVB:2009:BH1657
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.C.M. van Laar
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering ziekengeld wegens loondoorbetalingsverplichting werkgever
Belanghebbende vorderde ziekengeld na zwangerschap, maar het UWV weigerde dit omdat de werkgever een loondoorbetalingsverplichting heeft. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond. In hoger beroep stelde appellant dat de psychische klachten van belanghebbende verband houden met zwangerschap, mede omdat zij opnieuw zwanger was met dezelfde klachten.
De Raad oordeelde dat op grond van artikel 29a, vierde lid, ZW alleen recht op ziekengeld bestaat als de ongeschiktheid tot arbeid haar oorzaak vindt in de bevalling of zwangerschap. De medische rapportage van de bezwaarverzekeringsarts concludeerde dat de psychische klachten vooral voortkomen uit het life-event van zwangerschap en bevalling, niet uit de zwangerschap zelf. Ook waren er bij de nieuwe zwangerschap geen depressieve klachten vastgesteld.
De Raad vond het standpunt van appellant dat het ziekengeld werd toegekend op grond van dezelfde psychische klachten ongegrond. Gezien de medische informatie en het feit dat belanghebbende al voor de zwangerschap depressieve klachten had, was het besluit van het UWV om geen ziekengeld toe te kennen terecht. Het hoger beroep werd afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van ziekengeld aan belanghebbende wegens het ontbreken van een directe oorzaak in zwangerschap of bevalling.