ECLI:NL:CRVB:2009:BH1660
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- B.J. van der Net
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- L.J.A. Damen
- Rechtspraak.nl
Geen dienstbetrekking bestuurders-directeuren en bevestiging terugvordering WW-voorschot
Appellanten, die als bestuurders gecombineerd met directietaken werkzaam waren binnen een stichting in de geestelijke gezondheidszorg, voerden aan dat zij onderworpen waren aan bestuursbesluiten genomen bij meerderheid van stemmen en dat er sprake was van een dienstbetrekking.
De Raad stelde vast dat appellanten als gelijkwaardige en gelijkgerechtigde medeondernemers fungeerden zonder materiële gezagsrelatie en dat hun directietaken onlosmakelijk verbonden waren met hun bestuursfuncties. Er was geen sprake van een verzekeringsplichtige dienstbetrekking in de zin van de sociale werknemersverzekeringswetten.
Het UWV had de loonbetalingsverplichtingen niet overgenomen en het onverschuldigd betaalde WW-voorschot aan appellant I terecht teruggevorderd. De rechtbank had deze standpunten bevestigd en de Raad bevestigt deze uitspraak, zonder aanleiding tot proceskostenveroordeling.
De uitspraak benadrukt het belang van de feitelijke gezagsrelatie en zelfstandigheid bij de beoordeling van verzekeringsplicht en dienstbetrekking binnen bestuurs- en directiefuncties in een opbouwfase van een organisatie.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellanten geen werknemers waren en dat het UWV terecht het onverschuldigd betaalde WW-voorschot heeft teruggevorderd.