ECLI:NL:CRVB:2009:BH1817
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid beroep wegens ontbreken procesbelang bij WAO-uitkering
Appellante stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank Arnhem waarin haar beroep niet-ontvankelijk werd verklaard wegens gebrek aan procesbelang. Het geschil betrof de intrekking van haar WAO-uitkering per 19 december 2005 door het UWV en de latere herroeping van dat besluit na bezwaar in december 2007.
De rechtbank oordeelde dat met de herroeping het oorspronkelijke recht op WAO-uitkering van 80 tot 100% van rechtswege was herleefd en dat het UWV geen nieuw materieel besluit hoefde te nemen. Appellante had daarmee feitelijk het maximaal haalbare resultaat bereikt.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt dit oordeel en benadrukt dat voor een oordeel in hoger beroep sprake moet zijn van een direct procesbelang. Aangezien appellante reeds uitsluitsel had gekregen dat zij arbeidsongeschikt bleef, ontbrak het aan een specifiek belang bij verdere beoordeling. Het hoger beroep wordt daarom ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
De Raad ziet geen aanleiding voor toepassing van artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd wegens ontbreken van procesbelang.