ECLI:NL:CRVB:2009:BH1821
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. Bolt
- J. Riphagen
- H. Bedee
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit weigering WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellant, een voormalig bankwerker, vroeg een WIA-uitkering aan na uitval door rug-, been- en heupklachten. Het UWV weigerde de uitkering omdat hij volgens onderzoek nog 65% van zijn maatmaninkomen kon verdienen. De primaire arts die het onderzoek verrichtte was geen geregistreerd verzekeringsarts, wat de rechtbank aanleiding gaf het besluit te vernietigen. De Centrale Raad oordeelt dat dit punt niet door appellant was ingebracht en geen punt van openbare orde is, waardoor de rechtbank buiten de rechtsstrijd is getreden.
Medisch gezien acht de Raad het onderzoek en de conclusies voldoende deugdelijk. De klachten van appellant zijn niet onderschat en de latere verslechtering van zijn gezondheid is niet relevant voor de datum van beoordeling. De arbeidskundige onderbouwing werd pas na het bestreden besluit adequaat toegelicht, wat aanleiding geeft tot vernietiging van het besluit, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.
De Centrale Raad vernietigt de uitspraak van de rechtbank, verklaart het hoger beroep gegrond en vernietigt het bestreden besluit van het UWV. Het UWV wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht van appellant.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd, de rechtsgevolgen blijven in stand en het UWV wordt veroordeeld tot proceskostenvergoeding.