ECLI:NL:CRVB:2009:BH1936
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.C. van Sloten
- J.F. Bandringa
- H.C.P. Venema
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit intrekking bijstand wegens onjuiste vermogensvaststelling
Appellante ontving vanaf december 2001 bijstand en werd op grond van een onderzoek van de sociale recherche geconfronteerd met een besluit tot intrekking van de bijstand wegens het beschikken over vermogen boven de toegestane grens. Het College stelde dat appellante een bankrekening op haar naam had met een hoog saldo, dat zij niet had gemeld en dat dit vermogen aanleiding gaf tot intrekking en terugvordering van bijstand.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, maar de Centrale Raad van Beroep oordeelt anders. De Raad stelt vast dat het saldo op de bankrekening vanaf 8 mei 2006 is overgemaakt naar een rekening van de jongste dochter, waardoor het vermogen buiten de beschikkingsmacht van appellante is geraakt. Daarmee is het besluit tot intrekking over die periode in strijd met de Algemene wet bestuursrecht.
Voor de periode tot 7 mei 2006 blijft het College bevoegd tot intrekking en terugvordering. De Raad vernietigt het besluit voor het latere tijdvak en beveelt het College een nieuw besluit te nemen over de terugvordering. Tevens veroordeelt de Raad het College in de proceskosten van appellante.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking van bijstand over 8 mei 2006 tot 31 mei 2006 wordt vernietigd en het College moet een nieuw besluit nemen over terugvordering.