ECLI:NL:CRVB:2009:BH2276
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens voldoende medische grondslag en juiste vaststelling beperkingen
Appellante, arbeidsongeschikt sinds 1996 en sinds 1997 ontvanger van een WAO-uitkering, kreeg deze per 30 mei 2006 ingetrokken omdat haar arbeidsongeschiktheid was vastgesteld op minder dan 15%.
De rechtbank vernietigde het besluit van 3 november 2006 dat de bezwaren ongegrond verklaarde, maar handhaafde de rechtsgevolgen van het besluit. Het hoger beroep richtte zich tegen deze handhaving, waarbij appellante stelde dat haar psychische beperkingen werden onderschat en de geselecteerde functies niet geschikt waren.
De Raad onderschrijft de medische beoordeling van het UWV en de rechtbank, waarbij de beperkingen in de Functionele Mogelijkhedenlijst adequaat zijn vastgesteld en voldoende gemotiveerd. Ook is er geen aanleiding voor nader deskundigenonderzoek. De geschiktheid van de functies is eveneens bevestigd.
Daarom wordt het hoger beroep van appellante verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er worden geen proceskosten opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellante wordt verworpen en de intrekking van de WAO-uitkering bevestigd.