ECLI:NL:CRVB:2009:BH2312
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- R.C. Stam
- A.T. de Kwaasteniet
- Rechtspraak.nl
Bevestiging toerekening winst aan appellant bij WAO-uitkering ondanks civielrechtelijke constructie
Appellant, die een WAO-uitkering ontvangt wegens arbeidsongeschiktheid, voerde werkzaamheden uit als zelfstandige. Zijn eenmanszaak werd geruisloos ingebracht in een BV waarvan zijn ex-echtgenote bestuurder en aandeelhouder was. Het UWV rekende de winst van deze BV en een deelnemingsmaatschappij aan appellant toe en verlaagde zijn WAO-uitkering met terugwerkende kracht.
Appellant stelde dat de winst aan zijn ex-echtgenote toekwam en dat er een afspraak bestond dat hij onbeperkt mocht bijverdienen naast zijn WAO-uitkering. Ook stelde hij dat de rapportage onzorgvuldig was en dat terugwerkende kracht niet was onderbouwd.
De Raad oordeelde dat het UWV terecht voorbij kon gaan aan de civielrechtelijke constructie en de winst aan appellant toerekende. De vermeende afspraak werd niet aannemelijk gemaakt. Terugwerkende kracht is mogelijk bij zelfstandigen omdat inkomensvaststelling pas na afloop van het boekjaar kan plaatsvinden. De Raad zag geen reden om de uitspraak van de rechtbank te wijzigen en wees de klachten over onzorgvuldigheid af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat het UWV terecht winst aan appellant heeft toegerekend en zijn WAO-uitkering heeft herzien met terugwerkende kracht.