ECLI:NL:CRVB:2009:BH2448
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering kinderbijslag wegens niet-onderwijsvolgend en niet-werkloos zijn van zoon
Appellante maakte bezwaar tegen de weigering van de Sociale verzekeringsbank (Svb) om kinderbijslag toe te kennen voor haar zoon over het vierde kwartaal van 2005 en het eerste kwartaal van 2006. De Svb stelde dat de zoon op de peildata 17 jaar was, maar niet onderwijsvolgend of werkloos.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarna appellante hoger beroep instelde. Zij voerde aan dat haar zoon op de eerste peildatum wel ingeschreven stond bij een onderwijsinstelling en dat de onderbreking tussen opleidingen niet meegeteld mocht worden vanwege de zomervakantie. Ook stelde zij dat inschrijving bij de nieuwe opleiding pas mogelijk was na de tweede peildatum.
De Raad overwoog dat de zoon zijn opleiding op 31 juli 2005 had beëindigd en pas op 28 februari 2006 weer onderwijsvolgend werd. De onderbreking was langer dan zes maanden, waardoor hij niet als onderwijsvolgend kon worden beschouwd. Ook was hij niet werkloos. Daarom werd de weigering van kinderbijslag bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van kinderbijslag omdat de zoon niet voldeed aan de onderwijs- of werkloosheidseis op de peildata.