ECLI:NL:CRVB:2009:BH2727

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
29 januari 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
07-4296 ANW
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 13 ANWArt. 13a ANWArt. 22 Verdrag sociale zekerheid Nederland-MarokkoArt. 63 ANW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing aanvraag nabestaandenuitkering op grond van niet-verzekerd zijn echtgenoot

Appellante, woonachtig in Marokko, heeft een nabestaandenuitkering aangevraagd na het overlijden van haar echtgenoot in 2005. De Sociale verzekeringsbank (Svb) wees de aanvraag af omdat de echtgenoot niet verzekerd was volgens de Algemene nabestaandenwet (ANW) op het moment van overlijden, noch krachtens de Marokkaanse wetgeving of internationale verdragen.

De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, stellende dat de echtgenoot niet woonachtig of werkzaam was in Nederland en niet verzekerd was volgens artikel 13 en Pro 13a van de ANW in combinatie met het verdrag tussen Nederland en Marokko. De stelling van appellante dat haar echtgenoot mogelijk een WAO-uitkering ontving, werd niet onderbouwd en leidde niet tot een ander oordeel.

De Centrale Raad van Beroep onderschrijft dit oordeel en wijst erop dat een WAO-uitkering sinds 2000 niet meer leidt tot verplichte verzekering voor de volksverzekeringen. Omdat niet is gesteld of gebleken dat de echtgenoot vrijwillig verzekerd was als bedoeld in artikel 63 van Pro de ANW, is de afwijzing van de uitkering terecht. Het hoger beroep wordt afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd.

Uitkomst: De aanvraag van appellante voor een ANW-uitkering wordt afgewezen omdat de echtgenoot niet verzekerd was volgens de ANW en internationale regelingen.

Uitspraak

07/4296 ANW
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
op het hoger beroep van:
[Appellante], wonende te [woonplaats], Marokko (hierna: appellante),
tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 18 juni 2007, 06/3476 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellante
en
de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (hierna: Svb).
Datum uitspraak: 29 januari 2009
I. PROCESVERLOOP
Appellante heeft hoger beroep ingesteld.
De Svb heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 18 december 2008. Appellante is niet verschenen. De Svb heeft zich laten vertegenwoordigen door J.Y. van den Berg.
II. OVERWEGINGEN
1. De Raad gaat uit van de volgende in dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden.
1.1. Appellante woont in Marokko. Haar echtgenoot, die eveneens woonachtig was in Marokko, is [in] 2005 overleden.
1.2. Appellante heeft een nabestaandenuitkering ingevolge de Algemene nabestaandenwet (ANW) aangevraagd. Op het aanvraagformulier heeft zij aangegeven dat haar echtgenoot geen uitkering uit Nederland ontving, hij niet volgens Marokkaanse wetgeving verzekerd was en dat hij in Nederland niet vrijwillig verzekerd is geweest.
1.3. Bij besluit van 20 februari 2006 heeft de Svb de aanvraag afgewezen op de grond dat de echtgenoot van appellant op de datum van zijn overlijden niet verzekerd was voor de ANW en voorts dat appellante ook op grond van internationale regelingen niet in aanmerking komt voor een ANW-uitkering.
1.4. Bij besluit op bezwaar van 2 mei 2006 (hierna: bestreden besluit) heeft de Svb het besluit van 20 februari 2006 gehandhaafd en het tegen dat besluit ingediende bezwaar ongegrond verklaard.
2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep van appellante tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard. De rechtbank heeft daartoe overwogen dat, nu niet in geschil is dat de echtgenoot van appellante op de dag van zijn overlijden niet woonachtig of werkzaam was in Nederland, hij op de datum van zijn overlijden niet verzekerd was ingevolge artikel 13 van Pro de ANW. Voorts heeft de rechtbank vastgesteld dat de echtgenoot van appellante ten tijde van zijn overlijden niet verzekerd was krachtens de Marokkaanse wetgeving, zodat ook op grond van artikel 13a van de ANW in combinatie met artikel 22 van Pro het Verdrag inzake sociale zekerheid tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk Marokko geen aanspraak op een Nederlandse nabestaandenuitkering bestaat. Evenmin is de echtgenoot van appellante vrijwillig verzekerd geweest. De niet nader onderbouwde stelling van appellante dat mogelijk aan haar echtgenoot alsnog een WAO-uitkering wordt toegekend en dat in dat geval het inkomen hoger zal zijn dan 35% van het in Nederland geldende minimumloon, heeft de rechtbank niet tot een ander oordeel gebracht.
3. De Raad kan zich verenigen met het oordeel van de rechtbank en de daaraan ten grondslag gelegde overwegingen. In hoger beroep heeft appellante - niet nader onderbouwd - aangevoerd dat haar echtgenoot in leven een WAO-uitkering ontving van een bedrag hoger dan 35% van het minimumloon. De Raad merkt dienaangaande op dat, afgezien van het feit dat van een aan de echtgenoot toegekende WAO-uitkering in het geheel niets is gebleken, een dergelijke uitkering sedert 1 januari 2000 niet meer leidt tot een (verplichte) verzekering voor de volksverzekeringen. Nu gesteld noch gebleken is dat de echtgenoot van appellante ten tijde van zijn overlijden vrijwillig was verzekerd als bedoeld in artikel 63 van Pro de ANW, is terecht geoordeeld dat appellante geen recht heeft op een uitkering ingevolge de ANW.
4. Het hoger beroep kan derhalve niet slagen. De aangevallen uitspraak komt voor bevestiging in aanmerking.
5. De Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door H.J. de Mooij. De beslissing is, in tegenwoordigheid van W. Altenaar als griffier, uitgesproken in het openbaar op 29 januari 2009.
(get.) H.J. de Mooij.
(get.) W. Altenaar.
Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de datum van verzending beroep in cassatie instellen bij de Hoge Raad der Nederlanden (Postbus 20303, 2500 EH ’s-Gravenhage) ter zake van schending of verkeerde toepassing van bepalingen inzake het begrip verzekerde.
OA