ECLI:NL:CRVB:2009:BH2732
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring hoger beroep wegens niet tijdige betaling griffierecht
Appellant stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam, waarin het beroep niet-ontvankelijk werd verklaard wegens niet tijdige betaling van het griffierecht van €37,-. De rechtbank had appellant meerdere malen schriftelijk verzocht het griffierecht binnen gestelde termijnen te voldoen, maar deze termijnen werden telkens overschreden zonder betaling.
Appellant stelde later dat hij €40,- had meegezonden, maar kon dit niet met stukken onderbouwen. Ook na aanvullende termijnen en verzoeken om bijzondere omstandigheden aan te geven, bleef betaling uit en gaf appellant geen reactie. De rechtbank concludeerde dat appellant in verzuim was en verklaarde het beroep niet-ontvankelijk.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat appellant ook in hoger beroep geen omstandigheden had aangevoerd die het verzuim konden rechtvaardigen. De Raad bevestigde daarom de aangevallen uitspraak en zag geen grond voor toepassing van artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. Het hoger beroep werd derhalve niet-ontvankelijk verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet tijdige betaling van het griffierecht.