ECLI:NL:CRVB:2009:BH2776
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Centrale Raad van Beroep vernietigt niet-ontvankelijkverklaring beroep tegen beëindiging ANW-uitkering
Appellante voerde beroep aan tegen het besluit van de Sociale verzekeringsbank (Svb) om haar ANW-uitkering met ingang van 30 juni 2000 te beëindigen wegens het aangaan van een gezamenlijke huishouding. De rechtbank Arnhem verklaarde het beroep niet-ontvankelijk omdat het beroepschrift te laat was ingediend, waarbij werd aangenomen dat het bestreden besluit tijdig was bekendgemaakt aan de gemachtigde van appellante.
In hoger beroep stelde appellante dat het besluit niet op de voorgeschreven wijze was bekendgemaakt, omdat het per niet-aangetekende post was verzonden en de gemachtigde het besluit niet had ontvangen. De Raad stelde vast dat de ontvangst van het besluit door de gemachtigde op geloofwaardige wijze was ontkend en dat het besluit daardoor niet rechtsgeldig was bekendgemaakt.
De Raad oordeelde dat het beroep binnen de termijn was ingediend, omdat de termijn pas begon te lopen vanaf de datum waarop het besluit daadwerkelijk aan appellante bekend was gemaakt, te weten 11 juni 2007. Daarom vernietigde de Raad de uitspraak van de rechtbank en verwees de zaak terug voor inhoudelijke behandeling. Tevens veroordeelde de Raad de Svb in de proceskosten van appellante.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep vernietigt de niet-ontvankelijkverklaring van het beroep en wijst de zaak terug naar de rechtbank voor verdere behandeling.