ECLI:NL:CRVB:2009:BH3706
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens geschiktheid voor aangepast werk
Appellant maakte bezwaar tegen de intrekking van zijn WAO-uitkering, die was gebaseerd op het oordeel dat hij ondanks zijn beperkingen geschikt is voor andere functies binnen de arbeidsmarkt. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde dit oordeel in hoger beroep.
Appellant voerde aan dat het verzekeringsgeneeskundig onderzoek onzorgvuldig was, omdat er geen informatie was ingewonnen bij de GGZ-instelling waar hij behandeld werd en er geen extern psychiatrisch onderzoek was verricht. De Raad oordeelde echter dat de behandeling nog niet was begonnen op de datum in geding en dat voldoende onderzoek was gedaan, inclusief gesprekken met de huisarts en bestudering van eerdere rapporten.
De Raad vond dat de beperkingen van appellant, waaronder een angststoornis met agorafobie, adequaat waren beoordeeld en dat de voorgestelde functies passend zijn. Nadere medische informatie over de voortgang van de behandeling na de datum in geding bood geen aanleiding het oordeel te wijzigen. De intrekking van de WAO-uitkering bleef daarmee in stand.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering wordt bevestigd omdat appellant geschikt wordt geacht voor andere functies.