ECLI:NL:CRVB:2009:BH3711
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering ondanks psychische klachten en nieuw psychologisch rapport
Appellante maakte bezwaar tegen de intrekking van haar WAO-uitkering door het UWV, omdat zij meende dat haar psychische toestand haar verhinderde om loonvormende arbeid te verrichten. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond vanwege onvoldoende motivering van het besluit, maar liet de rechtsgevolgen in stand. In hoger beroep heeft de Centrale Raad van Beroep het standpunt van appellante beoordeeld.
De Raad onderschreef het oordeel van de (bezwaar-)verzekeringsarts dat appellante beperkingen heeft vanwege haar psychische gezondheid, maar dat deze beperkingen niet zodanig zijn dat zij geen parttime schoonmaakwerk kan verrichten. Het voorschrijven van een kalmerend middel door de huisarts na de beëindigingsdatum van de uitkering werd onvoldoende geacht om het oordeel van de verzekeringsarts te betwijfelen.
Het psychologisch rapport van november 2008, opgesteld in opdracht van de gemeente, werd als onvoldoende zwaarwegend beoordeeld om het medisch oordeel te weerleggen. Het UWV had bovendien voldoende toegelicht dat de aangeboden functies geschikt zijn voor appellante. De Raad bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en wees een kostenveroordeling af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking van de WAO-uitkering per 27 september 2006.