ECLI:NL:CRVB:2009:BH3773

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
20 februari 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
07-4971 WAJONG
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging afwijzing WAJONG-uitkering wegens onvoldoende medische objectivering vermoeidheidsklachten

Appellant heeft beroep ingesteld tegen de afwijzing van zijn aanvraag voor een WAJONG-uitkering, gebaseerd op arbeidsongeschiktheid sinds 1991 door chronische vermoeidheid. De rechtbank had het beroep ongegrond verklaard.

De kern van het geschil betreft de mate waarin de medische beperkingen van appellant objectief zijn vastgesteld. Het UWV stelt dat appellant ondanks zijn beperkingen ten minste 75% van het wettelijk minimumloon kan verdienen. Appellant baseert zijn stelling op een expertise van een zenuwarts en informatie van zijn huisarts en het CFS Research Center.

De Raad oordeelt dat de medische grondslag van het besluit niet ontoereikend of onjuist is. De verzekeringsarts heeft rekening gehouden met de klachten, maar niet in de door appellant gewenste mate. Het rapport van de zenuwarts wordt minder zwaar gewogen omdat het te veel uitgaat van de subjectieve opvatting van appellant. Het attest van de huisarts verwijst feitelijk naar deze opvatting. Het UWV heeft voldoende toegelicht dat passende functies voor appellant beschikbaar zijn.

De Raad bevestigt daarom de uitspraak van de rechtbank Rotterdam en wijst het beroep af. Een kostenveroordeling wordt niet opgelegd.

Uitkomst: De afwijzing van de WAJONG-uitkering wordt bevestigd wegens onvoldoende objectieve medische beperkingen.

Uitspraak

07/4971 WAJONG
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
op het hoger beroep van:
[appellant] (hierna: appellant),
tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 16 juli 2007, 07/237, (de aangevallen uitspraak)
in het geding tussen:
appellant
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).
Datum uitspraak: 20 februari 2009
I. PROCESVERLOOP
Namens appellant heeft H.J.A. Aerts hoger beroep ingesteld, de gronden aangevuld en tweemaal aanvullende stukken in het geding gebracht.
Het Uwv heeft verweer gevoerd en verwezen naar rapporten van de bezwaarverzekeringsarts van 9 november 2007, 11 december 2008 en 24 december 2008.
Het onderzoek ter zitting vond plaats op 9 januari 2009. Appellant is in persoon verschenen, bijgestaan door de heer Aerts. Namens het Uwv is verschenen S.L. Geldof.
II. OVERWEGINGEN
1. Het beroep richt zich tegen het ter uitvoering van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten (WAJONG) op 11 december 2006 door het Uwv bekend gemaakte besluit. Hierbij heeft het Uwv gehandhaafd zijn afwijzing van de op 24 januari 2005 door appellant ingediende aanvraag tot de toekenning van een WAJONG-uitkering in verband met in 1991 ingetreden arbeidsongeschiktheid.
2. De rechtbank heeft het beroep ongegrond verklaard.
3. Tussen partijen is niet (langer) in geschil dat appellant (eerst) vanaf 31 januari 1992 medische beperkingen ondervindt als gevolg van chronische vermoeidheid. Partijen verschillen thans enkel van inzicht over de mate waarin deze beperkingen medisch objectiveerbaar zijn.
4. Het Uwv stelt zich op het standpunt dat appellant ondanks de voor hem geldende medische arbeidsbeperkingen per 28 januari 1993 ten minste 75% van het wettelijk minimumloon kan verdienen.
5.1 Appellant meent dat de voor hem geldende medische beperkingen door het Uwv zijn onderschat en beroept zich ter onderbouwing op een op zijn verzoek door de zenuwarts dr. H.L.S.M. Busard verrichte expertise en de informatie van zijn huisarts en het CFS Research Center Amsterdam (CFS).
5.2. Met de rechtbank is de Raad van oordeel dat de medische grondslag van het bestreden besluit niet ontoereikend of onjuist is. Appellant is onderzocht door een verzekeringsarts, die zich mede heeft gebaseerd op de informatie van de appellant behandelende artsen. Uit die informatie blijkt dat appellant sinds lange tijd klachten ondervindt van vermoeidheid zonder dat daarvoor een medische oorzaak is gevonden. Desondanks heeft de verzekeringsarts met die klachten tot zekere hoogte rekening gehouden bij het vaststellen van de arbeidsbeperkingen, echter niet in de door appellant gewenste mate. De bezwaarverzekeringsarts onderschrijft de door de verzekeringsarts vastgestelde beperkingen.
5.3. Naar het oordeel van de Raad kan aan het rapport van Busard niet die waarde worden toegekend die appellant daaraan toekent, nu de onderzoeksmethode van Busard te zeer de subjectieve opvatting van appellant over zijn medische beperkingen tot uitgangspunt neemt.
5.4. Het in hoger beroep door appellant ingebrachte attest van zijn huisarts houdt in de kern niet meer in dan een verwijzing naar de opvatting van Busard.
5.5. Uit de overige door appellant in hoger beroep ingebrachte informatie blijkt dat bij een belastingtest op de fietsergometer in maart 2008 aanwijzingen naar voren kwamen voor een mogelijk cardiaal gebrek, maar dat is door de cardioloog in zijn rapport van
21 september 2008 uitdrukkelijk uitgesloten.
6. In beroep heeft het Uwv voldoende toegelicht dat de functies voor appellant geschikt zijn. De Raad ziet aanleiding om de aangevallen uitspraak te bevestigen.
7. Voor een kostenveroordeling ziet de Raad geen aanleiding.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
Recht doende:
Bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan R.C. Stam. De beslissing is, in tegenwoordigheid van A.C. Palmboom als griffier, uitgesproken in het openbaar op 20 februari 2009.
(get.) R.C. Stam.
(get.) A.C. Palmboom.
GdJ