ECLI:NL:CRVB:2009:BH3862
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- A.T. de Kwaasteniet
- M. Greebe
- Rechtspraak.nl
Beoordeling geschiktheid arbeidsongeschiktheidsuitkering en vervoersbeperkingen bij WAO
De zaak betreft een hoger beroep van het UWV tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam over de toekenning van een WAO-uitkering aan betrokkene. Het UWV had aanvankelijk de uitkering geweigerd, maar bij een beslissing op bezwaar toegekend met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 15 tot 25%. De kern van het geschil is de beoordeling van de beperkingen van betrokkene met betrekking tot autorijden en vervoer.
De rechtbank oordeelde dat de bezwaarverzekeringsarts onvoldoende heeft gemotiveerd waarom betrokkene slechts beperkt is voor veelvuldig en langdurig autorijden, terwijl de angst voor autorijden ook bij kortdurende ritten aanwezig is. Het UWV stelde dat betrokkene wel kan autorijden, maar met beperkingen, en dat vervoer vooral betrekking heeft op woon-werkverkeer. De Raad constateert dat het UWV niet voldoende inzichtelijk heeft gemaakt hoe rekening is gehouden met de vervoersbeperkingen bij functieselectie.
Daarnaast is gebleken dat het rapport van een verkeersgedragstherapeut, dat relevant is voor de beoordeling, niet is meegenomen bij het bestreden besluit. De Raad onderschrijft het oordeel van de rechtbank dat op basis van de beschikbare gegevens niet kan worden vastgesteld dat de functie van meteropnemer geschikt is voor betrokkene.
Het hoger beroep van het UWV wordt afgewezen en de Raad veroordeelt het UWV in de proceskosten van betrokkene. Tevens wordt een griffierecht geheven. De uitspraak is gedaan door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 20 februari 2009.
Uitkomst: Het hoger beroep van het UWV wordt afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.