ECLI:NL:CRVB:2009:BH3891
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.J.H. Doornewaard
- Rechtspraak.nl
Vergoeding proceskosten en onderzoekskosten na toekenning WAO-uitkering in hoger beroep
Appellant stelde hoger beroep in tegen een eerdere uitspraak over zijn WAO-uitkering. Het UWV kwam hem tegemoet door de mate van arbeidsongeschiktheid met terugwerkende kracht te verhogen naar 80% of meer, waarna appellant het hoger beroep introk onder voorwaarden voor schadevergoeding en proceskosten.
De Raad beoordeelde vervolgens welke kosten redelijkerwijs vergoed moesten worden. De wettelijke rente werd door het UWV erkend, maar het UWV weigerde vergoeding van het eigen risico en de kosten van een total body scan in Duitsland. De Raad oordeelde dat het eigen risico niet in verband stond met het hoger beroep en daarom niet vergoed hoefde te worden.
De kosten van de total body scan werden eveneens afgewezen omdat het onderzoek plaatsvond bijna drie jaar na de datum van het geschil en niet relevant was voor de medische situatie op dat moment. De Raad veroordeelde het UWV wel tot vergoeding van proceskosten voor de verleende rechtsbijstand tot een vastgesteld maximum.
Appellant werd verwezen naar het UWV voor vergoeding van het betaalde griffierecht. De uitspraak bevestigt de criteria voor vergoeding van kosten in bestuursrechtelijke procedures en benadrukt de noodzaak van redelijkheid en relevantie van gemaakte kosten.
Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten rechtsbijstand, maar niet tot vergoeding van eigen risico en total body scan kosten.