ECLI:NL:CRVB:2009:BH4076
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.P.M. van de Kerkhof
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens minder dan 15% arbeidsongeschiktheid
Appellante heeft bezwaar gemaakt tegen de intrekking van haar WAO-uitkering door het UWV, omdat haar arbeidsongeschiktheid volgens haar hoger is dan vastgesteld. Het UWV had de uitkering ingetrokken op grond van een arbeidsongeschiktheid van minder dan 15%.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond wegens onvoldoende motivering van het besluit, maar handhaafde de rechtsgevolgen omdat de vereiste toelichting alsnog was verstrekt. In hoger beroep heeft appellante aangevoerd dat haar medische beperkingen, met name aan hand, pols, hoofd en rug, onvoldoende zijn meegewogen.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het UWV de belastbaarheid juist heeft vastgesteld, mede op basis van het verzekeringsgeneeskundig onderzoek en informatie van de huisarts. Appellante heeft geen nieuwe medische stukken overgelegd die het oordeel zouden kunnen wijzigen. Ook is de arbeidskundige grondslag voldoende toegelicht.
Daarom bevestigt de Raad de uitspraak van de rechtbank en handhaaft de intrekking van de WAO-uitkering. Er zijn geen gronden om toepassing te geven aan artikel 8:75 van Pro de Awb.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering wordt bevestigd omdat de arbeidsongeschiktheid minder dan 15% bedraagt en de vastgestelde belastbaarheid juist is.