ECLI:NL:CRVB:2009:BH4081
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.P.M. van de Kerkhof
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering herziening WAZ-uitkering wegens ontbreken nieuwe feiten
Appellant verzocht herhaaldelijk om herziening van het besluit van 28 april 1998 waarin het UWV weigerde hem een WAZ-uitkering toe te kennen wegens minder dan 25% arbeidsongeschiktheid. Na eerdere afwijzingen diende appellant in 2006 opnieuw een verzoek in, dat ook werd afgewezen omdat er geen nieuwe feiten of omstandigheden waren.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarbij werd overwogen dat de door appellant overgelegde medische rapporten geen substantieel nieuw licht op de zaak wierpen. De verzekeringsarts bevestigde dat er geen fouten in de gevalsbehandeling waren gemaakt en dat de professionele attitude ten aanzien van CVS/ME in overeenstemming was met relevante rapporten.
De Centrale Raad van Beroep onderschreef deze beoordeling en voegde toe dat er wel degelijk een individuele beoordeling had plaatsgevonden. De aangevoerde argumenten in hoger beroep, waaronder een vermeende overschrijding van de hoorplicht, waren niet nieuw en boden geen aanleiding tot herziening. Het hoger beroep werd daarom verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit tot weigering van de WAZ-uitkering wordt bevestigd.