ECLI:NL:CRVB:2009:BH4144
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.P.M. van de Kerkhof
- Rechtspraak.nl
Herziening WAO-uitkering en beoordeling medische beperkingen
Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen de herziening van haar WAO-uitkering door het UWV, waarbij de mate van arbeidsongeschiktheid werd vastgesteld tussen 15 en 25%. De rechtbank verklaarde het beroep tegen het eerste besluit niet-ontvankelijk en wees het beroep tegen het tweede besluit af, waarbij zij het medisch onderzoek van het ACAG en de verzekeringsartsen van het UWV als zorgvuldig en toereikend beoordeelde.
In hoger beroep betoogde appellante dat haar beperkingen onvoldoende waren erkend en dat ten onrechte was afgezien van een urenbeperking. De Raad overwoog dat het medisch onderzoek, inclusief anamnese, functionele capaciteitsevaluatie en rapportages van verzekeringsartsen, een zorgvuldige onderbouwing vormde. De Raad vond geen objectieve medische gronden om de urenbeperking toe te kennen.
Wel oordeelde de Raad dat de nadere onderbouwing van de arbeidskundige passendheid van de functies pas in hoger beroep was verstrekt, waardoor het bestreden besluit onvolledig was gemotiveerd. Daarom vernietigde de Raad het besluit, maar liet de rechtsgevolgen geheel in stand. Vergoeding van schade werd afgewezen omdat de rechtsgevolgen ongewijzigd bleven.
De Raad veroordeelde het UWV tot betaling van proceskosten van €483,- en tot vergoeding van het griffierecht van €105,-. De beslissing werd uitgesproken door C.P.M. van de Kerkhof in aanwezigheid van griffier M.A. van Amerongen.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd wegens onvolkomen motivering, maar de rechtsgevolgen blijven ongewijzigd; het UWV wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten en griffierecht.